Streek en taal, streektaal.

Henk,

Streektaal, we houden er allebei van en we vergelijken vaak de Drentse en Groningse woorden en uitspraken. Met de herinneringen van toen en onze blik van nu. Met de bijbehorende eigenschappen en beelden van de regio, het landschap binnen een tijd.

Niet om te verzinken in melancholie of nostalgie, maar wel met het gegeven dat verandering van alle tijden is. Jij uit eind jaren vijftig, ik uit half zestig, waardoor we kunnen terugkijken en kunnen vergelijken. En dat is soms grappig en verbazingwekkend maar ook verhelderend. Jij kent Delfzijl uit jouw kinder- en jongvolwassentijd, toen de groei er flink in zat. Ik ken Schoonebeek, waar de jaknikkers voor en achter onze boerderij stonden. Volop olie, de lokale toeleveringsbedrijven en agrarische sector vaarden er wel bij, evenals de bakker en het hotel in het dorp. Er wordt nog steeds olie gewonnen, hoewel de NAM niet meer zo stevig geworteld en zo zichtbaar is als in mijn kindertijd.
Ik durf wel te stellen dat de NAM in Schoonebeek in een positief gezamenlijk geheugen zit. Schoonebeek, een grensdorp dat nu onder de gemeente Emmen valt. Floor Milikowski heeft een interessant boek geschreven over onder andere de historie en ontwikkelingen van Delfzijl en Emmen. Een aanrader!

Terug naar de streektalen. We zijn er allebei bekend mee, jij het Gronings uit de regio Delfzijl en ik het Drents uit Zuidoost Drenthe. De voertaal van toen. Het valt beide onder de Nedersaksische taal.

Bijzonder hoe dit werkt.

Jij praat met jouw moeder en broers Gronings. Als ik erbij ben en jullie praten tegen mij dan schakelen jullie naadloos over in Nederlands Gronings. Terwijl ik het plat Gronings goed versta.

Ik heb dit ook, als ik met een mijn broers praat dan kán ik niet in ‘t Nederlands praten, dit past simpelweg niet. Zeker niet in huiselijke sfeer. In een keet of studio, zo’n plek op een boerenerf, waar plattelandsjongeren samenkomen, en waar piratenmuziek gedraaid wordt, is de streektaal ook leidend. Je kent het van mijn zoon. Hij doet -als het nodig is- zijn best om standaard Nederlands te praten als hij zakelijke afspraken heeft, dit lukt natuurlijk niet zonder accent. Geeft niets. Zijn zus onder hem is jurist in Almelo waar de Twentse tongval gebruikelijk en hoorbaar is. Maar met haar Drentse tongval kan ze mooi aansluiten bij haar klanten. Dit wordt gewaardeerd, merkt ze. Maar als broer en zus samenzijn gaat het over in ’t plat Drents.

En ik weet nog van mijn moeder, ook toen ze op leeftijd was, of juist toen ze op leeftijd was, naadloos over ging in t Gronings als één van haar zussen of broers belde. Haar ouders kwamen oorspronkelijk uit Groningen en verhuisden in de jaren twintig van de vorige eeuw naar Drenthe. Groningers bleven Gronings praten. Dit had toen blijkbaar te maken met standsverschil. Groningers waren directer, mensen uit Drenthe wat voorzichtiger, wat meer op de vlakte. Dit herken ik wel, het harmoniemodel, zeg maar.

Laat ik toch ook nog even naar mijn jongste dochter Naomi gaan. Taal is voor haar ook een ding, zeg maar. Iets ingewikkelds. Zij woont sinds 5 jaar in het Groningse Sappemeer, een dorpsgemeenschap van mensen met een verstandelijke handicap; Nieuw Woelwijck. Ze woonde daarvoor 19 jaar in Schoonebeek, haar geboortedorp.
De Groningse liedjes van Ede Staal en het Grönnens Volkslaid met de eerste woorden ‘Van Laauwerzee tot Dollart tou, van Drìnthe tot aan t Wad’, horen er daar bij. Ze herkent de melodie inmiddels wel maar de uitspraak en betekenis niet.

Zij spreekt geen dialect, zij heeft haar eigen taal, ze vertelt over gisteren en nu en zegt de liefste dingen. Ze gebruikt veel woorden, eigenlijk te veel voor haar sociaal emotionele ontwikkeling. Ik hoor haar en probeer haar te verstaan. Met aandacht en liefde. Zonder te veel woorden terug te zeggen. Ingewikkeld zat!


Wilma,

Je uitdrukken met de middelen en mogelijkheden die je hebt….
Communiceren? Met haar  beperkingen doet Naomi het zoals ze het doet. Ze praat zo goed en zegt vaak mooie dingen doen, ontroerend soms. Maar de woorden die zij uitspreekt, die wij haar horen zeggen, dat zijn geen weloverwogen zinnen waar zij de betekenis van doorgrond. En om zich heen, in haar dorp, hoort ze een andere tongval dan dat ze kent van haar jeugd. Maar hoeveel weet heeft ze echt van verschillen tussen regio’s  en dialecten.

Zij moet communiceren met de middelen die ze heeft, en dat bestaat uit meer dan de gesproken taal alleen. De manier waarop ze kijkt, waarop ze dingen zegt of de vragen die ze stelt. Ik zie jou altijd aandachtig kijken en luisteren en nadenken bij die dingen, steeds maar weer proberen te doorgronden wat ze echt ‘zegt’, echt bedoelt. Na al die jaren ‘lees‘ jij haar; woorden, gedrag, gezichtsuitdrukkingen, haar ogen. Alles om te begrijpen wat er echt in haar omgaat. Knap.

Ik ben een geboren en getogen Groninger, in tegenstelling tot Naomi ben ik opgevoed met het Groningse dialect als ‘voertaal’, het waren de vroege jaren zestig. Mijn eerste aanraking met het Nederlands was op de kleuterschool. Voor jou was dat waarschijnlijk niet anders, maar dan met het Drents. 

Ik herinner mij vaag een gebeurtenis uit mijn vroege jeugd; ik moest als kleuter met mijn moeder naar de oogarts, in het academische ziekenhuis in ‘Stad’, ik zal een jaar of vier vijf zijn geweest want ik kon in ieder geval nog niet lezen. Bij de ogentest wordt dan gebruik gemaakt van figuurtjes in plaats van letters. Het eerste figuurtje was een huisje, de arts vroeg aan mij; ‘zie je wel wat dat is?’. Ik antwoordde “Joa, das’n hoeske!” Nou dat leidde daar tot grote hilariteit dat ik hoeske zei in plaats van huisje. Begin jaren zestig, het dialect als voertaal dus als iets bijzonders of apart gezien in de stad… ik ben het nooit vergeten.

Ik kan dus wel stellen dat ik qua Gronings dialect een native speaker ben, de eerste taal die ik leerde en sprak. Toen ik naar school moest had ik dus een taalachterstand, iets wat ook voorkomt bij kinderen met een migratie-achtergrond. Ik realiseer me uiteraard dat het verschil tussen Nederlands en Gronings een stuk kleiner is dan bijvoorbeeld Marokkaans, Soedanees om maar iets te noemen, maar toch. Is dat erg, zo’n taalachterstand kun je je afvragen? Ik denk dat het een extra uitdaging voor leerkrachten is, maar het hoeft volgens mij niet te betekenen dat het je tegenhoud bij je opleiding en ontwikkeling, misschien in bepaalde gevallen wel een extraatje.
 
Mijn taalachterstand heeft mij in ieder geval niet gehinderd, het heeft bij mij juist de interesse in taal en dialecten ontwikkeld. Ik hou van de dialecten, vooral die uit het noorden, daarnaast red ik me aardig met Engels en Duits (Angelsaksisch) en een hap en een snap Italiaans. Hoe dat was geweest zonder mijn taalachterstand is natuurlijk niet te bepalen, maar het zat mij zeker niet dwars. En jou zit je Drentse moedertaal duidelijk ook niet dwars, het heeft je niet tegengehouden met je studies, onderzoeken en publicaties! 

En dan is daar nog dat wonderlijke fenomeen dat jij beschrijft; als je eenmaal met een persoon in een bepaalde taal of streektaal begonnen bent, dan zit je daar min of meer aan vast. Ik herken het; In mijn puberteit leerde ik via een Nederlands sprekend vriendengroepje een jongen kennen, Dirk. We raakten bevriend, gingen samen naar de disco en achter de meiden aan. Vanaf het begin spraken we Nederlands met elkaar. Toen ik de eerste keer bij hem thuis kwam bleken ze daar Gronings zo plat als een pannenkoek te spreken, maar omdat wij vanaf dat we elkaar kenden Nederlands met elkaar spraken was daar niet meer uit te breken. Ik spreek hem nog met enige regelmatig, in het Nederlands.

Omgekeerd is dat ook het geval met streektaal zoals jij al opmerkte, in mijn geval het Gronings. In gezelschap gaat het vaak ongemerkt van Gronings of Drents naar Nederlands heen en weer al naar gelang de persoon waar je je op richt. Het is een wonderlijk fenomeen,  waar ik me al jaren over verwonder en dat ik niet kan verklaren, ik doe er ook maar geen moeite voor, maar blijf het wel gewoon grappig vinden.

Bij ons als native speakers in onze streektalen is het met de beheersing van het Nederlands wel redelijk afgelopen. Alleen dat noordelijke accent is er nooit afgegaan, maar hoe erg is dat? Ook anderen, zoals Amsterdammers, Rotterdammers, Hagenezen of Brabanders, hebben ook hun eigen tongval en demonstreren dat met trots. Laten wij dat dan ook maar doen!

Meer brieven...

Een raamwerk.

Ik schets een raamwerk.  Gisterochtend stond er om negen uur een Teams overleg met de adviesgroep ‘Zichtbaar maken wat werkt’ gepland. Ik had het er

Lees verder »

Met aandacht.

Hoi Wilma, Het is zondag vandaag en we zijn gisteravond laat teruggekomen van mijn/ons favoriete vakantieland, jij, je oudste dochter en ik. We hadden het goed

Lees verder »

Het begint ergens…

Nou Wilma, bloggen dan maar? Toen wij elkaar vijf jaar geleden leerden kennen hadden we beiden geen idee dat het allemaal zo zou gaan verlopen;

Lees verder »

Henk & Wilma, beiden thuis in ‘t Noorden.

Tussen Delfzijl en Schoonebeek, tussen Groningen, Sappemeer en Schoonoord.

Sinds een aantal jaren geliefden.

Twee mensen, geliefden, ouders en meer. Hij twee zonen, zij twee dochters en een zoon. Samen dus vijf volwassen kinderen tussen 24 en 30, waarvan er vier zelfstandig hun leven vorm geven.

Henk en Wilma schrijven 1 x per twee weken een blogbericht over en weer.
“Over wat ieder van ons opvalt, nieuwsgierig maakt en bezighoudt”.

Een rode draad: het leven van Naomi, Wilma’s jongste dochter. Een kind (1997) dat door een verstandelijke handicap, autisme en epilepsie haar leven niet zelf vorm kan geven. Haar leven krijgt vorm binnen een dorpsgemeenschap in Sappemeer.

Kortom: Verhalen met rotonde Gieten als draaischijf.